Verschillende bedrijven nemen verschillende maatregelen

Binnen het project Koe en Eiwit zijn de 150 deelnemers bij aanvang ingedeeld in 9 klasses op basis van grondsoort en intensiteit (kg melk/ha). Iedere klasse vraagt specifiek vakmanschap passend bij de omgeving en bijbehorende bedrijfsvoering. In dit artikel vertellen drie deelnemers, uit drie verschillende gebieden in Nederland én drie verschillende grondsoorten hoe zij erin slaagden het RE-gehalte terug te brengen naar circa 155 gram RE per kilogram drogestof.

Invloed grondsoort en intensiteit

Grondsoort en intensiteit worden gezien als twee factoren die mogelijk van grote invloed zijn op de maatregelen die genomen moeten worden om het RE-gehalte te verlagen naar 155RE binnen het project Koe en Eiwit. Zo  wordt er op bedrijven met  veengrond veel gras gevoerd en weinig snijmais geteeld, omdat de draagkracht van de grond dit vaak niet toelaat. Dat maakt verlaging van het RE-gehalte onvoorspelbaarder en/of lastiger. Daarentegen wordt er op zandgronden wordt juist relatief veel snijmais geteeld, . Daarnaast is de intensiteit mogelijke een belangrijke factor omdat extensieve bedrijven vaak zelfvoorzienend zijn, en vooral inzetten op eigen geteeld ruwvoer terwijl bij intensieve bedrijven (meestal) voer wordt aangekocht.

Tabel 1. RE per groep en aantal deelnemers per klasse (op basis van de KLW 2025)

Tabel 1. RE per groep en aantal deelnemers per klasse (op basis van de KLW 2025)

Sander Röling: sturen met krachtvoer en graslandmanagement

Sander Röling uit Rotstergaast (Frl.) melkt 110 koeien op een bedrijf met vooral grasland en beperkt snijmais. Hij behoort tot de klasse ‘veengrond extensief’. Het RE-gehalte daalde op zijn bedrijf van 169 gr RE kg/ds in 2020 naar 155 gr RE kg/ds in 2024 en 2025.

Belangrijke maatregelen waren het deels vervangen van krachtvoer door gemalen gerst en raap en scherp sturen op het ureumgetal. “We streven naar een ureum rond de 14, mocht het ureum getal (te sterk) stijgen dan wordt het aandeel raap minder” aldus Sander.

Ook het graslandmanagement is afgelopen jaren flink geoptimaliseerd, onderstaande maatregelen zijn genomen om het RE-gehalte in het graskuil en vers gras te verlagen;

  • De kunstmestgift is verlaagt naar 150 kg voor de eerste weidesnede, daarna wordt er 75 kg per snede gegeven
  • We maaien iets later (5-7 dagen), hierdoor krijgen we iets minder RE in de kuil. Er wordt iets droger ingekuild (45-50% DS). Hiermee krijgen we meer DVE en minder OEB in de kuil. Om broei tegen te gaan kuilen we in met behulp van een aandrukwals
  • Het najaarsgras wordt zoveel mogelijk vers opgevoerd, wat toch ingekuild wordt gaat over de vorige snedes gras heen. Dus geen aparte najaarskuil meer.

De gekozen maatregelen hebben een flinke bijdrage geleverd aan het verlagen van het RE-gehalte. Daarnaast is het ureumgehalte gedaald van 19 naar 14 in 2025, t.o.v. 2020.

René Jacobs: focus houden op 155 RE

René Jacobs uit Nuth (L.) heeft een melkveebedrijf met 95 melkkoeien, binnen de klasse ‘zand-intensief’. Het RE-gehalte daalde van 167 naar 154 gram RE kg/ds. In 2024 lag het niveau tijdelijk hoger.

Volgens René is het belangrijk om een harde norm van 155 gr RE kg/ds aan te houden in de rantsoenberekening: “Hier moet je bovenop zitten, vooral bij verse koeien is winst te behalen” aldus René. Zo zijn we minder eiwitrijke bijproducten gaan voeren.. Enkele praktische handvaten welke René toepast hierbij zijn;

  • (Sneller) corrigeren met eiwit aan het voerhek / krachtvoerbox, voornamelijk tijdens de beweiding. Hierbij wordt het ureumgetal als leidraad gebruikt.
  • Zorgen dat er een goede VEM dekking is in het rantsoen. Als het RE naar beneden gaat moet je dat (deels) weer opvangen met energie (VEM), in de zomermaanden hebben we daarom vet bijgevoerd “hierdoor blijft de melkproductie op peil” volgens René.
  • Toepassen kalendermaaien: de drijfmest wordt nu gelijkmatiger verdeeld waardoor het RE-gehalte in de graskuilen wat beheersbaarder wordt en een laag OEB nagestreefd kan worden.

Job de Pater: sturen door slim te beweiden

Job de Pater uit Zeewolde heeft een melkveebedrijf met 73 melkkoeien, oorspronkelijk ingedeeld in de klasse klei intensief, maar sinds 2025 een gemiddelde intensiteit. Tijdens het project heeft Job grote sprongen variatie in het totale RE-gehalte gehad, van 168 in 2021 tot 148 RE in 2022 naar 155 gram RE/kg DS in 2025.

Vanaf de aanvang van het project is Job meer gaan beweiden en past sinds 2025 een combinatie van siëstabeweiding en stripgrazen toe. “Bij stripgrazen voer je de gehele plant en niet enkel de topjes van het gras, hiermee proberen we het RE-gehalte in vers gras te drukken” aldus Job.

  • Het maken van een mengkuil voor de zomerperiode; hierdoor kun je een redelijk constant rantsoen blijven voeren naast het weidegras. Neemt het grasaanbod toe dan wordt de hoeveelheid mengkuil per dag verlaagd en visa versa. Hiermee blijft het eiwitniveau in het rantsoen redelijk constant.
  • Bijsturen met perspulp; dagelijks wordt er een vaste hoeveelheid perspulp bijgevoerd (400 kg/dag)
  • Zorg dat je bijsturingsmogelijkheden hebt voor zowel energie als eiwit, bijvoorbeeld gerstevlokken (energie) en raap (eiwit).
  • Zorg voor een passende brok naast de weidegang. Momenteel is het RE-gehalte in het krachtvoer verlaagd om te streven naar een rantsoen van 150 gr RE kg/ds.

De grond op dit bedrijf biedt overigens een goede uitgangspositie voor vlinderbloemigen. Afgelopen jaren zijn er steeds meer percelen ingezaaid met een grasmengsel met klavers, kruiden en vlinderbloemigen. “Hierdoor wordt het percentage eiwit van eigen land verhoogd, maar voor het kengetal Ruw Eiwit kan dit uitdagend zijn”, aldus Job.

Conclusie

De voorbeelden laten zien dat bedrijven via verschillende routes kunnen sturen op een lager RE-gehalte. Veel ondernemers combineren maatregelen in graslandbeheer, rantsoensamenstelling en krachtvoergift. Het regelmatig controleren van rantsoen en melkureum blijkt daarbij essentieel.

Welke aanpak het beste werkt, verschilt per bedrijf en grondsoort. Wel is duidelijk dat focus en consequent sturen belangrijk zijn. Zoals René Jacobs het samenvat: “Je moet er bovenop blijven zitten.”