Koe en Eiwit laat dalende trend in ruw eiwit zien: steeds meer melkveehouders richting doel van 155 RE

De tussentijdse rapportage 2025 van het project Koe en Eiwit laat zien dat melkveehouders steeds beter in staat zijn het ruw eiwitgehalte (RE) in het rantsoen te verlagen. Sinds de start van het project in 2022 daalde het gemiddelde RE-gehalte bij deelnemers van 159 naar 157 gram RE per kilo droge stof in 2024. In 2025 is sprake van een lichte stijging naar 158 RE/kg ds, maar de dalende lijn sinds 2020 blijft zichtbaar.

Opvallend is dat deelnemers van Koe en Eiwit het landelijk gemiddelde inmiddels hebben ingehaald. Waar Nederlandse melkveehouders in 2023 gemiddeld op 163 RE/kg ds zaten, kwamen Koe en Eiwit-deelnemers uit op 158. Voor 2025 wordt landelijk eveneens 158 RE/kg ds verwacht.

Meer bedrijven onder de grens van 156 RE

Steeds meer bedrijven slagen erin laag eiwit te voeren. In 2025 heeft 38% van de deelnemers een rantsoen met minder dan 156 RE/kg ds, terwijl 27% tussen de 156 en 160 RE/kg ds zit. Daarmee bevindt bijna twee derde van de deelnemers zich dichtbij of onder de projectdoelstelling van 155 RE/kg ds.

Tegelijk blijkt verlaging van het RE-gehalte niet voor ieder bedrijf eenvoudig. Vooral op veengrond blijven de waarden relatief hoog; daar ligt het gemiddelde in 2025 nog boven de 160 RE/kg ds.

Graskuil en krachtvoer belangrijkste stuurknoppen

Melkveehouders sturen vooral via graskuil en krachtvoer op verlaging van het eiwitgehalte. De meest gekozen maatregel is het aanpassen van het aandeel krachtvoer in het rantsoen. Ook het afstemmen van het maaimoment op het gewenste RE-gehalte van de graskuil wordt veel toegepast.

Uit de analyse blijkt bovendien dat ondernemers steeds bewuster kijken naar rantsoensamenstelling en voermanagement. Daarmee groeit ook de praktische kennis over eiwitverlaging op melkveebedrijven.

Praktijk blijft weerbarstig

Niet alle bedrijven halen de doelstelling al. Uit enquêtes en interviews blijkt dat persoonlijke keuzes, bedrijfsomstandigheden en externe factoren daarbij een belangrijke rol spelen. Veel ondernemers noemen economische afwegingen, weersomstandigheden en beperkingen in de bedrijfsvoering als redenen waarom verdere daling richting 155 RE/kg ds lastig blijft.

Toch laat de rapportage zien dat structurele verlaging van het RE-gehalte mogelijk is. Met nog een jaar te gaan tot het einde van het project in 2026 biedt Koe en Eiwit waardevolle praktijkkennis voor een toekomstbestendige en verantwoorde melkveehouderij.


Download Tussentijdse rapportage 2025